Fatigue resistance: de onmisbare schakel in de ontwikkeling van jonge wielrenners

Inleiding

Wielerwedstrijden worden vaak beslist in de laatste fase, wanneer vermoeidheid toeslaat en alleen de meest duurzame renners hun prestaties kunnen handhaven. Deze eigenschap, bekend als fatigue resistance of vermoeidheidsresistentie, is een cruciale factor in het succes van professionele wielrenners. Maar hoe belangrijk is deze eigenschap voor jeugdrenners? En hoe kunnen we hen voorbereiden op de eisen van hogere categorieën?

Wat is fatigue resistance?

Fatigue resistance verwijst naar het vermogen van een renner om zijn of haar prestatievermogen te behouden na langdurige inspanning. Het gaat niet alleen om piekvermogen in een frisse toestand, maar vooral om het vermogen om herhaaldelijk hoge intensiteit te leveren wanneer vermoeidheid optreedt (1,2).

Onderzoek toont aan dat vermoeidheidsresistentie een onderscheidende factor is tussen junioren, U23-renners en WorldTour-professionals (3,4). Waar junioren vaak nog goed meekunnen op korte inspanningen in frisse toestand, verliezen zij relatief sneller vermogen naarmate de wedstrijd vordert.

Fysiologische basis

Volgens James Spragg is fatigue resistance sterk gekoppeld aan het aerobe energiesysteem. Drie factoren zijn hierin bepalend:

  1. VO₂max – het maximale zuurstofopnamevermogen bepaalt hoe snel een renner kan herstellen van intensieve inspanningen (5).
  2. Substraatgebruik bij lage intensiteit – efficiënte vetverbranding en spaarzaam gebruik van koolhydraten zijn essentieel om glycogeenreserves te behouden voor de finale (6).
  3. Efficiëntie – hoe minder zuurstof nodig is om een bepaalde hoeveelheid vermogen te leveren, hoe beter de vermoeidheidsweerstand (7).

Daarnaast spelen genetische factoren zoals spiervezeltype, neuromusculaire aansturing en zelfs mentale weerbaarheid een rol (8).

Testen van fatigue resistance

Hoewel er nog geen gestandaardiseerde test bestaat, ontwikkelden Spragg en Leo een tweedaags testprotocol waarbij het verschil in Critical Power (CP) tussen een frisse en vermoeide toestand wordt gemeten (9). Een praktisch alternatief is het integreren van ‘key trainingen’ in het reguliere schema, afgestemd op het specialisme van de renner (10). Dit houdt in dat op het einde van een lange of zware training er nog enkele inspanningen aan toegevoegd worden. Bijvoorbeeld: 3 korte sprints van 10 seconden met telkens 50 seconden herstel of 3 korte klimmetjes van 2 minuten met 3 minuten herstel. Op die manier worden in een realistische context data verzameld om de progressie van de renner te kunnen opvolgen.

Training en ontwikkeling

De belangrijkste trainingsvariabele voor het verbeteren van fatigue resistance is trainingsvolume. Volgens Dajo Sanders trainen profs vaak meer dan 1000 uur per jaar, verspreid over meerdere jaren (11). Zowel een gepolariseerde (veel lage intensiteit, weinig hoge intensiteit) als een piramidale trainingsverdeling (meer middenintensiteit) kunnen effectief zijn, afhankelijk van het individu (12).

Andere effectieve methoden zijn:

  • Bloktraining net onder de aerobe drempel
  • Glycogeenarme trainingen
  • ‘Training the gut’ voor betere koolhydraatopname
  • Hoogtestages
  • Meerdaagse wedstrijden vanaf U23-niveau

Talentherkenning en transitie

Bij het scouten van talenten is het belangrijk om niet alleen te kijken naar prestaties in frisse toestand, maar ook naar het potentieel om fatigue resistance te ontwikkelen. Spragg stelt dat het makkelijker is om fatigue resistance te verbeteren bij renners met al hoge ‘fresh values’ dan andersom (13).

De overgang van junior naar U23 is cruciaal. Wedstrijden worden langer (tot 200 km), en zonder voldoende vermoeidheidsweerstand kan een renner overweldigd raken. Daarom is het essentieel om al in de juniorenleeftijd te beginnen met het leggen van een brede aerobe basis (14).

Richtlijnen voor trainingsvolume

CategorieUren per jaarGemiddeld per weekRange per week
U19 – 1e jaar550–60011.5–12.59–15
U19 – 2e jaar700–80014.5–16.512–20
U23800–1000+16.5–21.014–26
WorldTour900–130018.5–27.016–32

(15)

Conclusie

Fatigue resistance is een essentiële prestatieparameter die vaak over het hoofd wordt gezien in de jeugdopleiding. Hoewel het minder bepalend is voor succes in regionale juniorenwedstrijden, is het cruciaal voor een succesvolle overstap naar hogere niveaus. Coaches en ouders doen er goed aan om deze eigenschap vanaf jonge leeftijd te ontwikkelen door middel van doordachte trainingsopbouw en voldoende trainingsvolume.

Zoals Peter Leo het treffend samenvat:
“There is no secret, you just got to do the work.”

Heb je na het lezen van dit artikel verdere vragen of interesse in een Koers Wijs trainingsplan of begeleidingspakket. Neem dan contact met ons op.

Referenties

  1. Maunder E, Seiler S, Mildenhall MJ, Kilding AE, Plews DJ. The importance of ‘durability’ in the physiological profiling of endurance athletes. Sports Med. 2021;51:1619–1628.
  2. Spragg J, Leo P, Swart J. The relationship between physiological characteristics and durability in male professional cyclists. Med Sci Sports Exerc. 2023;55(1):133–140.
  3. Leo P, Spragg J, Mujika I, Giorgi A, Lorang D, Simon D, Lawley JS. Power profiling, workload characteristics, and race performance of U23 and professional cyclists during the multistage race Tour of the Alps. Int J Sports Physiol Perform. 2021;16(8):1089–1095.
  4. Gallo G, Mateo-March M, Leo P, Campos-Donaire A, Gandia-Soriano A, Giorgi A, et al. Power road-derived physical performance parameters in junior, under-23, and professional road cycling climbers. Int J Sports Physiol Perform. 2022;17(7):1094–1102.
  5. Tomlin DL, Wenger HA. The relationship between aerobic fitness and recovery from high intensity intermittent exercise. Sports Med. 2001;31(1):1–11.
  6. Murphy MP. How mitochondria produce reactive oxygen species. Biochem J. 2008;417(1):1–13.
  7. Poole DC, Burnley M, Vanhatalo A, Rossiter HB, Jones AM. Critical power: an important fatigue threshold in exercise physiology. Med Sci Sports Exerc. 2016;48(11):2320–2334.
  8. Mateo-March M, Valenzuela PL, Muriel X, Gandia-Soriano A, Zabala M, Lucia A, et al. The record power profile of male professional cyclists: fatigue matters. Int J Sports Physiol Perform. 2022;17(6):926–931.
  9. van Bon M. Fatigue resistance as a performance parameter in the talent development of road cyclists (part 1). Sportgericht. 2023;77(2):10–15.
  10. van Bon M. Fatigue resistance as a performance parameter in the talent development of road cyclists (part 2 – end). Sportgericht. 2023;77(3):26–31.
  11. van Erp T, Sanders D, Lamberts RP. Maintaining power output with accumulating levels of work done is a key determinant for success in professional cycling. Med Sci Sports Exerc. 2021;53(9):1903–1910.
  12. Jeukendrup AE. Training the gut for athletes. Sports Med. 2017;47(Suppl 1):101–110.
  13. Valenzuela PL, Alejo LB, Ozcoidi LM, Lucia A, Santalla A, Barranco-Gil D. Durability in professional cyclists: a field study. Int J Sports Physiol Perform. 2022;18(1):99–103.
  14. Leo P, Spragg J, Swart J. The relationship between training characteristics and durability in professional cyclists across a competitive season. Eur J Sport Sci. 2022;1–10.
  15. Bonnevie-Svendsen M. The science of durability: Are you strong where it matters? W/KG. 2023 Jan 22. Available from: https://www.wattkg.com/science-of-durability